2021 08 01 Kindermoment

Verhaal, vragen en verwerking zondag 1 augustus

Verhaal – Daniël 5:1-2a, 5-9, 13-18, 20, 22, 24-28 – Letters op de muur

 

 

 
Letters op de muur Het is jaren later sinds Daniël en zijn vrienden naar Babylonië zijn gebracht. De mensen uit Israël wonen nog steeds in Babylonië. Maar er is nu een nieuwe koning. Belsassar heet hij. Belsassar heeft op een dag een goed plan. ‘Ik ga een feest geven,’ zegt hij. ‘Een heel groot feest. En er mogen wel duizend mensen komen op mijn feest. Iedereen moet zien hoe rijk en belangrijk ik ben.’ Dus komt er een groot feest in het paleis. Met meer dan duizend mensen, en met muziek en mooie kleren en heel veel eten en drinken. Maar halverwege de avond gebeurt er ineens iets heel raars in de feestzaal. Wat komt daar nou door de muur heen? Is dat… Het lijkt wel een hand! De koning knippert met zijn ogen. Ziet hij het goed? Ja, hoor. Hij ziet het goed. Het is een hand. Met vijf vingers. De hand begint langzaam op de muur te schrijven. De koning schrikt heel erg. Wat gebeurt hier? Wat schrijft die hand? Het lijken wel letters. Maar het zijn letters die de koning niet kan lezen. De koning wordt helemaal wit. Hij grijpt zich vast aan een pilaar. Maar het is net of zijn benen ineens van pudding zijn. Hij zakt er gewoon doorheen. Een paar mensen helpen hem naar een stoel toe. De muziek stopt. De mensen zijn allemaal stil. Iedereen is geschrokken. Het lijkt ineens helemaal geen feest meer. ‘Haal de wijze mannen!’ schreeuwt de koning. ‘De wijze mannen moeten komen! Ik wil weten wat hier gebeurt! Ik wil weten wat er op de muur staat!’ De wijze mannen komen aanrennen. ‘Kijk daar!’ roept de koning. Hij wijst naar de muur. ‘Daar! Wat staat daar? Wat is dat?!’ De wijze mannen kijken naar de letters op de muur. Ze trekken rimpels in hun gezicht. Ze strijken over hun baard. Ze krabben aan hun hoofd. ‘Eh… lastig,’ zeggen ze zachtjes. ‘Lastig, lastig.’ ‘Kom op!’ zegt de koning. ‘Vertel me wat er staat! Wie het kan lezen krijgt een beloning. Een mooie rode jas en een ketting van goud!’ Een van de wijze mannen schraapt zijn keel. ‘Koning, ik hoop dat u lang leeft,’ zegt hij, ‘maar wij kunnen u niet helpen. Het ziet eruit als letters. Maar wij kunnen ze niet lezen.’ De koning slikt. Kunnen zelfs de wijze mannen hem niet helpen? Maar dan kan niemand hem helpen! De koning wordt nog witter dan hij al was. Het lijkt wel of hij elk moment kan flauwvallen. Maar daar komt de koningin aan. ‘Koning, ik hoop dat u lang leeft,’ zegt ze. ‘U hoeft niet bang te zijn. Er woont nog een man in het paleis die uit Israël komt. Daniël heet hij, en het is een heel verstandige man. Hij is goed in raadsels, dus hij kan vast wel uitleggen wat er op de muur staat.’ ‘Laat Daniël halen,’ zegt de koning. En daar komt Daniël al binnen. Hij maakt een diepe buiging. ‘Koning, ik hoop dat u lang leeft,’ zegt hij. ‘Kan ik u helpen?’ De koning knikt. ‘De koningin heeft me over je verteld,’ zegt hij. ‘Jij komt uit Israël, toch? Ik heb begrepen dat de goden jou heel verstandig hebben gemaakt, en dat jij dingen weet die andere mensen niet weten. Zie je die letters op de muur? Ik heb aan al mijn wijze mannen gevraagd wat hier staat, maar ze weten het niet. Kun jij deze letters lezen? Kun jij me vertellen wat er staat? Als je het weet, zal ik je een beloning geven. Dan word jij mijn speciale helper, en je krijgt een mooie rode jas en een ketting van goud.’ ‘Ik wil die letters wel lezen,’ zegt Daniël. ‘Maar ik hoef geen cadeautjes van u. Houdt u die zelf maar, of geef ze aan iemand anders. Luister, koning. God heeft ervoor gezorgd dat uw vader heel machtig is geworden. Maar uw vader ging zichzelf belangrijker vinden dan God. Daarom mocht uw vader van God geen koning meer zijn. Dat weet u, koning. Maar u hebt er niets van geleerd. U vindt zichzelf ook veel te belangrijk. U weet dat God u macht heeft gegeven, maar u bedankt Hem niet. U drinkt zelfs wijn uit de gouden bekers die uw vader uit Gods tempel gestolen heeft. Daarom zorgde God ervoor dat er een hand een boodschap voor u op de muur schreef.’ Daniël loopt naar de muur toe en kijkt omhoog. ‘Hier staan vier woorden,’ zegt hij. ‘Menee, menee, tekeel, oefarsien.’ Dat betekent: God heeft gezien wat u allemaal hebt gedaan toen u koning was. Het was niet goed. Daarom mag u geen koning blijven.’ Daniël kijkt naar de koning. Zou hij boos worden? Nee. De koning knikt. ‘Ik ben blij dat ik nu weet wat er staat. Ik weet dat je die rode jas en de gouden ketting niet hoeft te hebben. Maar je krijgt ze toch. Jij moet me voortaan helpen met regeren.

 

Vragen:

- Kun jij al letters lezen? Welke? Kun je ook al letters zelf schrijven?
- Welke letter vind je heel mooi?
- Wat verschijnt er tijdens een feest in het paleis op de muur?
- Hoe zijn die woorden op de muur gekomen?
- Voor wie zijn de woorden bedoeld? Wat betekenen die woorden voor hem?
- Waarom kunnen de wijze mannen de woorden niet uitleggen, denk je? Waarom kon Daniël ze wel uitleggen?
- Welke boodschap van God zou jij graag willen krijgen?

 

Verwerking: Het geheim op de muur

Koning Belsassar wordt wit van schrik als er plotseling een hand op de muur verschijnt die vreemde letters gaat schrijven.
De kinderen kunnen met dit vouwwerk letters op de muur laten verschijnen.
Wat heb je nodig? Het werkblad en kleurpotloden of viltstiften.
Aan de slag: - De kinderen kleuren de kleurplaat. Ze vouwen de onderste stippellijn op het vel papier helemaal naar achteren. Ze vouwen de bovenste stippellijn helemaal naar voren. De kinderen vertellen het verhaal met de vouwkaart: ze beginnen met een dichtgevouwen bovenkant; alleen de koning is te zien. Ze vouwen langzaam het gevouwen gedeelte open, wanneer ze over de hand vertellen. Kunnen ze vertellen met verbazing of schrik? Lukt het de kinderen om te eindigen met de zin: ‘En toen kwam Daniël, hij kon de tekens uitleggen’?

 

2021 08 01 Kindermoment B